Individualisering tot in de puntjes

Afgelopen zondag was ik in een bioscoop in Zwolle, uitgenodigd door iemand die kaartjes had gewonnen voor een film die daar in voorpremiëre werd vertoond. In de pauze was het met name bij het damestoilet een drukte van belang, en een aantal dames besloot daarom dat het invalidentoilet ook door dames gebruikt kon worden - niet meer dan redelijk.

Het hele verhaal kreeg een vreemde bijsmaak toen er een vrouw in een rolstoel aankwam. Eén vrouw vond het niet meer dan vanzelfsprekend dat de vrouw in de rolstoel het eerste recht op het invalide toilet had. Een ander vond dat de vrouw - net als ieder ander - gewoon op haar beurt moest wachten.

Een rolstoelgebruiker heeft in de regel langer nodig om naar het toilet te komen, door drukte, of de rij bij de lift, of legio andere hindernissen waar de lopende mens in de regel minder of geen last van heeft. Voor de weg terug geldt hetzelfde, en voor het toiletbezoek (alhoewel ik daar geen ervaring mee heb) vermoed ik iets vergelijkbaars. Daarnaast is het voor een rolstoelgebruiker lastiger om in een donkere zaal de weg terug te vinden, als de film al is begonnen - bijvoorbeeld omdat niet-invalide bezoekers vinden dat ze net zo veel rechten hebben het invalide toilet te bezoeken, zodat ze misschien een minuut minder in de rij hoeven te staan.

In de context van een film waar het draait om het sociale aspect en begrip voor de (al dan niet mindervalide) medebewoner van dit stukje aardkloot was het pijnlijk asociaal zoals deze vrouw haar eigen “ik” boven dat van elk ander stelt. In een maatschappij waarin individualisering steeds verder gaat, zette deze vrouw de puntjes op de i.

De film zelf was overigens de moeite waard, zie IMDB voor meer.