Nog groter?!

Op nu.nl lees ik lees ik over een actie van online reclamemakers. Ze willen grotere banners. De schrik slaat me om het hart. Nóg groter? Zijn de rectangle, skyscrapers en leaderboards nog niet groot genoeg? Om het nog maar niet te hebben over header-replacements, roadblocks en interstitials (wat feitelijk een pop-up is zonder een nieuw venster te openen).

Maar “gelukkig”, er wordt niet geaasd op meer pixels en nog onmogelijker formaten. Nee, de jacht op kilobytes is geopend. Het IAB, een club die zich (oa.) bezig houdt met richtlijnen over wat nou eigenlijk wel of geen acceptabele advertenties zijn, heeft namelijk bepaald dat een banner niet meer dan 40KB mag zijn en dat vinden de heren reclamemakers dus niet meer van deze tijd.

Toch jammer, dat bepaalde branches zo structureel recht ingaan tegen waar de consument naar op zoek is. Is het niet de platenbranch die in het succes van bijvoorbeeld de iTunes Store geen teken zien, dan is het wel de banner-branche die het succes van de AdWords (textads!) niet herkent.

Update, 12 november:

En waarom ik me daar druk om maak? Omdat ik denk dat 40KB ruim voldoende is om een prachtige advertentie neer te zetten. Als de limiet van 40KB écht een probleem is op het gebied van kwaliteit hoor je me niet, maar met 40KB kun je een behoorlijk gelikte banner neerzetten - ook in flash.

Ik maak me druk over het gebrek aan creativiteit: op Nu.nl zie je af en toe volledige TV-reclames “geport” en geïntegreerd als flash-filmpje. Of overdaad aan kwaliteit: sommige flash-applicaties zijn uitgebreider (en zwaarder!) dan de website waar ze in geplaatst worden - en vragen dan ook behoorlijk wat rekenkracht van de computer.

Bandbreedte is dan misschien geen issue meer, maar computers die voor ‘gewoon een beetje surfen en mailen’ nog prima mee kunnen, krijgen het flink voor hun kiezen met dat soort advertenties. Natuurlijk, als je echt een pareltje van een campagne hebt gemaakt dan moet een uitzondering gewoon kunnen, dat kan voor de gebruiker ook de moeite waard zijn. Maar dát zou het dan ook moeten zijn: een uitzondering - en dus geen standaard.