Een kok die veel kookt voor mensen met allergieën en speciale diëten, vertelde me dat hij een boekje heeft met uitleg wat welke E-nummers zijn. Dat leek me reuze handig, want op zichzelf zeggen al die nummers niet zo veel - en je ziet ze er maar al te vaak inzitten.
En natuurlijk, niet alle stoffen die door zo’n nummer vertegenwoordigd worden zijn slecht, in basis betekend dat nummer immers dat het in Europa is toegestaan om de stof in voeding te verwerken. Maarja, als je niet eens weet welke stof er achter zo’n nummer schuil gaat? Kortom: toen ik een tijdje terug bij de kookwinkel ook zo’n boekje zag liggen, twijfelde ik geen moment. En dat heb ik geweten.
Een greep uit de goedheid der chemicaliën: een kleurstof die in de VS en andere landen gewoon verboden is (E104), een zoetstof met 92 door de FDA erkende bijwerkingen (E951) en een hulpstof in onder andere in babymelk (E525), die in de cosmetica-branche als ontharingsmiddel bekend staat?! Je moet een behoorlijk comateuze slaper zijn om daar niet wakker van te schrikken.
Oké, het boekje “Wat zit er in uw eten” is misschien een beetje de “Michael Moore” der industriële voedingsleer. Met andere woorden: in de meeste gevallen wordt van het ‘worst case scenario’ uitgegaan en alle mogelijke bijwerkingen worden vermeld. Maar het feit dat dat er nogal wat zijn… de onderliggende boodschap is niet mis te verstaan en die geeft te denken.
